Inspraakreactie BBB op ‘Ontwerp Omgevingsvisie Leiden 2040 (1.1)’, ingediend op 15 mei 2021

Toelichting namens het Bestuur van de BBB door Amir Saab, secretaris BBB:

Hier volgt de tekst van de inspraakreactie die het Bestuur van de BBB op 15 mei 2021 heeft ingediend bij de gemeente Leiden in het kader van de inspraakprocedure voor het gemeentelijk beleidsstuk ‘Ontwerp Omgevingsvisie Leiden 2040 (1.1), zaaknummer Z/20/3203000′, van 10 maart 2021. De inspraakreactie bestaat uit een brief en een bijlage met een uitgebreide motivering van de punten in de brief.
De tekst van deze inspraakreactie is tot stand gekomen in samenwerking met ghostwriters zowel binnen als buiten de wijk. Aan deze ghostwriters, ieder met eigen inzichten, argumenten en deskundigheid, onze dank!

De inspraakreactie van 15 mei 2021 van het Bestuur BBB:
(Digitaal ingediend op de inspraaksite van Gemeente Leiden)


Geacht College,

Als bewoners van Leiden hebben wij een belang bij de visie van het gemeentebestuur op de ontwikkeling van de stad. Als Bestuur van de Bewoners Belangen Vereniging Bockhorst (hierna: BBB) zijn wij echter vooral benieuwd naar en bezorgd over de consequenties van die visie op onze wijk De Bockhorst en op de directe omgeving, in dit geval De Mors. Hieronder zullen wij de belangrijkste onderwerpen uit de Ontwerp Omgevingsvisie Leiden 2040 puntsgewijs en kort bespreken.  De uitgebreide motivering hiervan vindt u in de bijlage van onze brief. In de tekst verwijzen wij naar bepaalde pagina’s uit uw Omgevingsvisie.

1. Wijkbelang en context

De BBB heeft bij verschillende gelegenheden een zienswijze gestuurd, bijv. bij de Parkeervisie. De antwoorden of acties van de gemeente waren meestal teleurstellend. Niettemin zijn wij verplicht tegenover de bewoners van onze wijk de voorliggende Omgevingsvisie kritisch te onderzoeken op mogelijke gevolgen voor het leefklimaat van onze wijk.

2. De Omgevingsvisie in het algemeen

In de Omgevingsvisie worden geen keuzes gemaakt of prioriteiten gesteld. De algemene lijn is dat we rond het jaar 2040 het paradijs zullen zijn ingevoerd. Dat op een beperkt oppervlak als dat van de gemeente Leiden niet te veel woningen én allerlei mooie voorzieningen kunnen worden gerealiseerd, wordt nergens benoemd, behalve in het Rad van Avontuur op pagina 18, ontleend aan het bijbehorende Omgevingseffectrapport (OER).

3. Woningbouwopgave

Wij zijn ervan overtuigd dat de beoogde aantallen woningen niet zijn te realiseren binnen de gemeentegrenzen zonder het leefmilieu in de al bestaande wijken ernstig aan te tasten. Helaas is dat nu en in de toekomst lastig vast te stellen wegens het ontbreken van meetbare prestatieverplichtingen.

4. Hoogbouw

Naar onze mening is hoogbouw niet de oplossing voor het realiseren van voldoende en aantrekkelijke woningen. Het nu al terzijde schuiven van de vigerende Hoogbouwvisie om bijv. het project LEAD mogelijk te maken, demonstreert dat “draagvlakverwerving in de omgeving” niet serieus bedoeld kan zijn.

5. Mobiliteit

U verwacht blijkbaar dat tegelijk het autoverkeer kan worden teruggedrongen én dat het verkeer toeneemt. Dat laatste kan niet zonder toename van milieuoverlast door geluid en fijnstof, maar nergens lezen wij hoe de gemeente haar verplichting gaat voldoen om de gezondheid van haar burgers te beschermen.

6. Parkeren

Het tegengaan van het particuliere autobezit is vooralsnog een weinig realistische droom. Bewoners een parkeervergunning onthouden is een juridisch dubieuze en riskante maatregel. Domweg geen voldoende parkeercapaciteit handhaven c.q. creëren bij nieuwe ontwikkelingen is vragen om problemen met bestaande en nieuwe bewoners.

7. Energietransitie

Het gebruik van restwarmte die van ver moet worden aangevoerd is een heilloze weg: als de industrie energiezuiniger processen installeert, zal deze bron alleen maar afnemen. De risico’s en de kosten zijn onaanvaardbaar hoog, de maatschappelijke acceptatie bijzonder laag. Gebruik voorlopig nog het bestaande gasnet en mik op meer realistische ontwikkelingen voor energie- en warmteopwekking.

8. Participatie

De manier waarop het College tot nu toe het begrip participatie heeft ingevuld leidt alleen al op een hoop ontevredenheid in de stad. De gemeente zou er goed aan doen eerst eens een goede participatievisie te ontwerpen en aan de stad ter goedkeuring voor te leggen. Platform31 kan daar ongetwijfeld behulpzaam bij zijn.

9. Samenvattend: 

Wij staan zeker achter het streven van de gemeente om zoveel mogelijk woningen voor Leidenaren te bouwen, maar wij zien ook dat binnen de gemeentegrenzen de mogelijkheden beperkt zijn. Dit mag er niet toe leiden dat andere belangen onvoldoende worden meegewogen. Het gevaar bestaat dat doorgaan op de voorgenomen weg onomkeerbare negatieve effecten zal hebben. Daarbij ontbreken in uw Omgevingsvisie helaas de instrumenten om de effecten van al uw plannen te evalueren.

Met bezorgde groet,
w.g.
namens het Bestuur van de Bewoners Belangenvereniging Bockhorst, KvKnr. 40446732
Amir Saab, secretaris,
secretaris@bbbockhorst.nl
Van Ravelingenstraat 22,
2332 PW LEIDEN


Bijlage
Inspraak BBB op Ontwerp Omgevingsvisie Leiden 2040 (1.1),
zaaknummer Z/20/3203000

1. Wijkbelang en context

In onze omgeving staan verschillende projecten op stapel die van invloed kunnen zijn op het leefklimaat van onze wijk. Wij noemen in dit verband in het bijzonder de projecten Plesmanlaan 100 en de transformatie van twee andere kantoorgebouwen aan de Verbeekstraat, waar een veel te groot aantal woningen zonder voldoende parkeerruimte en andere voorzieningen dreigt te worden ontwikkeld. Ook de ontwikkelingen bij de projecten Westerpoort, voorheen Paardenwei/Holiday Inn, rond de locatie van het Motorhuis en op het Werninkterrein baren ons zorgen.

In het recente verleden hebben wij bij verschillende gelegenheden aan onze bezorgdheid formeel uiting gegeven, zonder dat wij door de gegeven antwoorden of acties van de gemeente zijn gerustgesteld. Ook de voorliggende Omgevingsvisie neemt onze ongerustheid niet weg over de wijze waarop u uw bestuurlijke taak meent te moeten invullen.

2. De Omgevingsvisie in het algemeen

Op de gepresenteerde Omgevingsvisie lijkt op het eerste gezicht weinig aan te merken. Het totale beeld is heel positief: veel woningen, veel groen en duurzaamheid: wie kan daartegen zijn? Bij nadere bestudering valt vooral op dat de Omgevingsvisie vrijwel nergens concreet wordt: niets wordt gekwantificeerd, waardoor later niet objectief kan worden vastgesteld of aan de eisen is voldaan. Wij missen evaluatie- en procesbegeleidingsinstrumenten waarmee gemeentebestuur en inwoners straks kunnen beoordelen of de gemeente op de goede weg is en uiteindelijk de door haar gestelde doeleinden heeft bereikt.

Er worden geen keuzes gemaakt, het blijft onduidelijk wat prioriteit heeft. Het lijkt een verlanglijstje van het stadsbestuur waarvan pas bij de toepassing op concrete plannen zal blijken hoe de keuzes echt worden gemaakt. Het enige dat wordt vastgelegd zijn de plekken die bestemd zijn voor hoogbouw, maar een nieuwe hoogbouwvisie moet nog apart worden vastgesteld.

3. Woningbouwopgave

De woningbouwopgave waaraan Leiden zich heeft gecommitteerd is te ambitieus. Om 8.200 woningen te realiseren binnen de huidige gemeentegrenzen zullen bestaande normen met betrekking tot milieu, voorzieningen en mobiliteit terzijde moeten worden geschoven. Dit zal ongetwijfeld ten koste gaan van het leefklimaat van zowel de huidige als de toekomstige bewoners.

Voor ons in de Bockhorst wordt dit duidelijk gedemonstreerd door de Nota van Uitgangspunten voor het project Plesmanlaan 100 en de plannen voor de rest van de Verbeekstraat, die tezamen vier keer zoveel woningen omvatten als er in totaal in de Bockhorst staan, maar dan op een oppervlakte van ca. 60% van onze wijk.

Door het ongebreidelde inbreiden dat de gemeente voorstaat, zal er buiten de groene ringen bitter weinig groen en blauw overblijven voor de bewoners. De groene spaken betreffen vooral de marges van verkeersaders en hebben de bewoners niets te bieden in termen van recreatie- en ontmoetingsruimte. Meetbare streefwaarden voor de kwantiteit en de kwaliteit van de groenvoorziening in de openbare ruimte, op stadsniveau en op woonwijkniveau, voor biodiversiteit en voor het bomenbestand (thans 0,4 boom per inwoner) ontbreken ten enenmale. Er is nog net plaats voor groen op gevels en daken, maar hoe wordt het onderhoud daarvan geregeld?

Zonder meetbare prestatieverplichtingen zijn de ambities van de gemeente om wateroverlast, verdroging en hittestress te bestrijden en de biodiversiteit te verbeteren volstrekt ongeloofwaardig, mede op grond van het bedroevende trackrecord van Leiden op het gebied van groenvoorziening en toezicht op het bomenbestand. De toestand van het groen rond onze wijk langs Dr. Lelylaan en Haagsche Schouwweg illustreert dit voor ons afdoende.

4. Hoogbouw

“Als de druk op de ruimte toeneemt, is het logisch dat de oplossing ook in de hoogte wordt gezocht. […] In het hoogbouwbeleid wordt de Leidse hoogte van 70 meter als maximum aangehouden. Er zijn limitatief locaties aangegeven waarop van deze hoogte mag worden afgeweken. […] Op deze locaties mag tot 70 meter hoog worden gebouwd, mits er een positieve beoordeling is op basis van de kwaliteitstoets. Op de volgende locaties wordt de mogelijkheid geboden om hoger dan 70 meter te bouwen: Trafolocatie (max. 100 m), Schipholweg (max. 90 m), Westerpoort (max. 100 m) en KPN/Monuta (LEAD) (max. 115 m).”

Het ontgaat ons ten enenmale wat hoogbouw bijdraagt aan het oplossen van de woningnood in de regio. Bij herhaling is aangetoond dat hoger bouwen dan ca. 50 m geen grotere woningdichtheid en zeker geen betaalbare woningen oplevert. Boven de 70 m gaan zoveel verzwarende regels gelden dat geen enkele projectontwikkelaar daarmee zijn businesscase rond kan krijgen met 30% of zelfs 20% sociale huurwoningen. Hoog bouwen om te verdichten is alleen een optie voor hele dure appartementen, kantoren of hotels mits voorzien van eigen ondergrondse parkeervoorzieningen. Hoogbouw voor woningen zorgt voor een asociaal leefklimaat en een onprettig klimaat op maaiveld/straatniveau.

Wij zijn dan ook van mening dat de thans nog geldige Hoogbouwvisie uit april 2007 kan worden gehandhaafd. Eventueel uitgebreid met een hoogbouwkwaliteitstoets als genoemd op pag. 45, al vragen wij ons af of Welstand niet álle nieuwbouw en gebouwtransities zou moeten beoordelen op die criteria, met name het (nog net op tijd te binnen geschoten) laatste punt: “draagvlakverwerving in de omgeving”.

5. Mobiliteit

De ambities van de gemeente om lopen en fietsen te stimuleren en om OV-gebruik en deelmobiliteit te faciliteren kunnen wij alleen maar onderschrijven, al verwachten wij dat die ambities zich niet eenvoudig laten realiseren, zie bijv. het commentaar van Rover op de plannen om bussen uit de Breestraat te weren of het verzet in de Vogelwijk tegen de geplande fietsroute.

Echter “voor de periode na 2030 is de verwachting dat het aandeel van personenautoverkeer van zo’n omvang is dat gekeken kan worden of het hoofdwegennet niet is overgedimensioneerd” lijkt ons volstrekt ongeloofwaardig. U blijkbaar ook, want onder 5.3 Duurzame mobiliteit [pag. 53] lezen we “De verdere verstedelijking en verdichting in de stad en de regio leidt tot een intensiever gebruik van het huidige verkeersnetwerk.” Dat dit al geruime tijd aan de gang is, is ons niet ontgaan met de aanleg van de Ontsluiting Bio Science Park en de aanpassing van afrit 8 van de A44 in het kader van de aanleg van de Rijnland Route op de rand van onze wijk. “We kiezen een duurzame manier van verplaatsen die gezond, schoon, veilig en ruimte-efficiënt is. […] Daarnaast moeten we toe naar een schonere mobiliteit waarbij we de uitstoot van fijnstof en stikstof en gebruik van fossiele brandstoffen beperken”. Op pag. 57 hoopt u dat “In 2040 de gezondheidswinst [is] toegenomen door schonere lucht en is het aantal geluidgehinderden, ondanks de verdichtingsopgave, afgenomen. Een duurzaam mobiliteitssysteem (uitstootvrij) is een van de belangrijkste variabelen om deze ambitie te bewerkstelligen.”

Wij verwachten niet dat de gemeente op enige termijn in staat zal zijn om een uitstootvrij mobiliteitssysteem te ontwikkelen. Vooralsnog hebben wij te maken met aanzienlijke milieuoverlast door geluid en fijnstof en met een gemeente die ondanks verschillende verzoeken van bewoners weigert daaraan iets te doen in de vorm van geluidsschermen en voldoende dichte beplanting langs de drukste wegen. Zie bijv. ook de recente plannen voor de kruising Plesmanlaan – Vondellaan.

6. Parkeren

De Omgevingsvisie zegt opvallend weinig over parkeren van auto’s. Dit in tegenstelling tot de in 2020 aangenomen Parkeervisie die in de Omgevingsvisie zou zijn geïntegreerd. Aan die Parkeervisie lagen een aantal vooronderstellingen ten grondslag: ontwikkelingen betreffende deelauto´s (vooralsnog uiterst beperkt gebruik), afnemend autobezit per huishouden (autobezit blijft juist toenemen, het aantal auto’s per huishouden ook, o.a. omdat beide ouders moeten werken en hun werkende kinderen niet zelfstandig kunnen gaan wonen), zelfrijdende auto’s (voorlopig toekomstmuziek), meer fietsgebruik en meer openbaar vervoer (zie echter ook hierboven). Het Bestuur van de BBB betwijfelt of al deze vooronderstellingen valide zijn. Bij Plesmanlaan 100 bleek bij de gemeente ook nog eens de (slecht onderbouwde) angst te spelen dat de ontwikkelaar zijn rendementseisen niet zou halen als hij voor voldoende parkeercapaciteit zou moeten zorgdragen.

In de Omgevingsvisie wordt e.e.a. versluierd door vergroening als doel voorop te stellen [pag. 38]: “Het vergroenen van grotere stenige gebieden vraagt ruimte. Deze ruimte is het gemakkelijkst te creëren door de auto, en dan vooral de geparkeerde auto, minder ruimte op de straat te geven. […] In veel woonwijken van Leiden is de auto altijd en overal aanwezig. Het clusteren van geparkeerde auto’s en het opheffen van parkeerplekken, bijvoorbeeld in gebieden waar de parkeerdruk laag is, biedt mogelijkheden om te vergroenen.” Hoe en waar dat clusteren zou moeten plaatsvinden, ontgaat ons.

Verderop [pag. 56] wordt het concreter: “Als de maatschappelijke trend van bezit naar gebruik doorzet, dan ontstaat er ruimte om parkeerplaatsen voor andere zaken te kunnen gebruiken. Op dat moment kan een overmaat aan parkeerplaatsen in wijken benut worden voor bijvoorbeeld deelmobiliteit, groen/blauw (klimaatadaptatie) of speelruimte.”

Dat moment lijkt nog niet erg nabij, aangezien in de praktijk overal waar de gemeente parkeerplaatsen weghaalt kleine volksopstanden ontstaan. Alle gedroom over deelauto’s en het niet meer willen bezitten van een eigen auto is nog verre toekomstmuziek die waarschijnlijk nooit zal worden gerealiseerd. Het lijkt ons bijzonder onverstandig om daar nu een voorschot op te nemen bijv. door nieuwe bewoners geen parkeervergunning te geven of door geen parkeercapaciteit te creëren bij nieuwe ontwikkelingen, zoals nu dreigt bij Plesmanlaan 100 en de Verbeekstraat.

7. Energietransitie

Met de energietransitie van Leiden gaat het ook al niet voorspoedig. De gemeente ligt niet op koers met de eerder geformuleerde doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, energiebesparing en hernieuwbare energie. In de Omgevingsvisie ontbreekt het aan reflectie op de behaalde resultaten tot 2020 en aan herijking van de doelstellingen in termen van kwantitatieve streefwaarden voor 2040 met tussentijdse mijlpalen om de voortgang van het beleid te kunnen beoordelen. Het ontbreekt de gemeente Leiden niet aan ambitieuze doelstellingen, maar ze schiet te kort in de projectmatige uitvoering en het gestructureerd monitoren van de voortgang, waardoor inzicht in de doeltreffendheid en kosteneffectiviteit van beleidsmaatregelen ontbreekt.

Gezien de natuurschaarste in de regio en de enorme verstedelijkingsdruk op de omgeving van Leiden vragen wij de gemeente om de ontwikkeling van zon- en windparken in het buitengebied te bestrijden. De gemeente zou absolute prioriteit moeten geven aan de benutting van het beschikbare dakoppervlak in de gebouwde omgeving voor zon-PV, te beginnen met het gemeentelijke vastgoed.

Het gebruik van restwarmte uit Rotterdam is de hoeksteen van de Leidse energietransitie. De gemeente Leiden heeft zich daartoe gecommitteerd aan de zogenoemde Leiding door het Midden van WarmtelinQ+, die beheerd zal worden door Gasunie, die nog geen enkele ervaring heeft met warmtetransport. De huidige bronnen van restwarmte in Rotterdam zijn verre van duurzaam en de duurzame beschikbaarheid van die restwarmte is niet gegarandeerd. Gezien het gebrek aan flexibiliteit van grootschalige warmtenetten, is het veel verstandiger warmtenetten kleinschalig te ontwikkelen, op het niveau van wooncomplexen, straten en buurten.

Het is de vraag welke rol de gemeente kan spelen in het beschermen van haar burgers als captive users van lokale/regionale warmtemonopolies.Maar ook voor lokale warmtenetten geldt: heeft de gemeente wel voldoende kennis om de plannen van verschillende aanbieders te beoordelen en om, in een situatie van informatie-asymmetrie, effectief toezicht te houden op de concessiehouder? Wat gebeurt er als de concessiehouder failliet gaat? Hoe wordt de dienstverlening dan geborgd? Hoe worden andere publieke waarden geborgd?

Voor de gemeente Leiden is het zaak lering te trekken uit de historie van het Warmtebedrijf Rotterdam (WBR). In het eindrapport van de Raadsenquête Warmtebedrijf Rotterdam zijn er grote vraagtekens geplaatst bij de kennis en competenties van de gemeente om grip te houden op een complex project als het WBR. Die zorg kan de gemeente Leiden zich ook aantrekken.

Wij willen dat de gemeente haar burgers niet overlevert aan de warmtemonopolisten. Absolute waarborgen voor de duurzame beschikbaarheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid van de warmtelevering zijn er niet. De maatschappelijke acceptatie zal minimaal zijn. Het recente verzet in de Merenwijk tegen onrealistische voorstellen om van het gas af te kunnen gaan, is o.i. een teken aan de wand. Sowieso is er o.i. geen haast om van het aardgas af te gaan, veruit de schoonste fossiele energiebron die voorlopig nog geruime tijd voorhanden zal zijn. In de tussentijd kan worden nagedacht over een manier waarop de bestaande woningvoorraad op de meest efficiënte manier geschikt kan worden gemaakt voor alternatieve verwarmings- en koelingssystemen. De gemeente doet er in ieder geval verstandig aan het bestaande gasnet te koesteren als reële optie voor een toekomstig waterstofnet.

8. Participatie

Het behalen van de afgesproken aantallen nieuwbouwwoningen zal ten koste gaan van andere wensen ten aanzien van de ontwikkeling en inrichting van de stad. Wij herhalen daarom de dringende aanbeveling van de Rekenkamercommissie om krachtig te sturen op het betrekken van alle stakeholders, inclusief bewoners, bij de stedelijke ontwikkelstrategie en een actiegerichte agenda. Wij hebben geconstateerd dat er in Leiden volop participatieruimte is voor de projectontwikkelaars, maar niet voor de bewoners die moeten leven met de gevolgen van de ontwikkelingsplannen voor hun buurt. De bewoners van Leiden verdienen meer participatie dan eenzijdig geïnformeerd te worden door de gemeente nadat alle ontwerpkeuzen al zijn gemaakt. De participatiegraad en de kwaliteit van de participatie moeten omhoog, als de gemeente draagvlak wil verwerven voor haar ingrijpende stedelijke ontwikkelingsplannen.

Een concrete visie op participatie, een leidraad met meetbare en controleerbare doelen, stappenplan, fasering en wijze van evalueren, zowel voor de gemeente als voor initiatiefnemers, zoals ook de Omgevingswet eist, ontbreekt ten enenmale. De wijze waarop participatie vorm krijgt bij de projecten rondom onze wijk, recent weer de Verbeekstraat, stelt ons niet gerust.

9. Samenvattend: 

Wij realiseren ons dat de gemeente graag veel woningen wil bouwen en dat binnen de gemeentegrenzen de bouwlocaties beperkt zijn. Dat geeft echter zo’n enorme druk op de uitvoerbaarheid van alle voornemens van het stadsbestuur met betrekking tot groenvoorziening, speelgelegenheid en duurzaamheid, dat die maar weinig kans maken om te worden gerealiseerd.

Een te eenzijdige focus op het bouwen van extra woningen mag er niet toe leiden dat andere belangen, die door het gemeentebestuur moeten worden afgewogen bij het beoordelen van private initiatieven, onvoldoende gewicht krijgen, zoals onder meer een aanvaardbare gebouwhoogte, voorkoming van verkeersoverlast (geluidsoverlast, fijnstof) en vermijden van parkeerproblemen.

Dit is des te meer van belang omdat uitvoering van de concept-beleidsvoornemens onomkeerbare effecten zal hebben: als de woningen eenmaal zijn gerealiseerd zonder voldoende voorzieningen, zijn die ontbrekende voorzieningen niet meer alsnog aan te leggen. De ruimte daarvoor is dan domweg niet meer aanwezig.

Tot slot missen wij in uw Omgevingsvisie, niet onbelangrijk, evaluatie- en procesbegeleidingsinstrumenten waarmee de gemeente en de burger kunnen beoordelen of de gemeente straks op de goede weg is en uiteindelijk de door haar gestelde doeleinden heeft bereikt.

3 antwoorden op “Inspraakreactie BBB op ‘Ontwerp Omgevingsvisie Leiden 2040 (1.1)’, ingediend op 15 mei 2021”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.